De marskramer - spelletjes

Spelletje 1:  "Verkopen"

 

Op het papier staan spullen van 700 jaar geleden, elk in een vakje. Die knippen we los van elkaar. Nu hebben we een stapeltje plaatjes. Daarop staan spullen die wij kunnen "verkopen". Wij knipten al dukaten van goud papier. Die dragen we in een buil aan onze riem. ‘Wilt u iets van mij kopen’ vragen we aan een ander. De ander bekijkt mijn plaatjes en kiest een ding. Daarvoor betaalt hij mij met zijn dukaten. Hoeveel dukaten voor dat ding? ‘Als we allemaal klaar zijn met kopen, laten we elkaar zien welke dingen we gekocht hebben en tellen we onze dukaten. Ieder zijn bezit is anders, omdat we allemaal verschillend gekocht hebben. De één heeft veel dingen en heeft weinig dukaten meer. De ander heeft bijna geen dingen meer, maar heeft wel veel dukaten. Dat ontdekken we. 

(Uit lesbrief Onderwerp 6)

 De ruil kaart is ook te downloaden hier

Spelletje 2: "spoor zoeken"

Zevenhonderd jaar geleden, dat is heel, heel lang geleden. Niet de tijd toen opa en oma geboren werden.
Veel langer geleden, nog in de tijd dat er ridders waren. Joris de marskramer en eigenlijk iedereen in die tijd moest ver lopen van de ene plaats naar de andere als zij wilden reizen. Alleen rijke mensen konden paarden kopen of een kar om te reizen. Het lopen duurde uren lang. De wegen waren zandpaden en niet verhard met straatstenen, dus stoffig. Als het regende was het zandpad één grote modderpoel. Verharde wegen had je alleen soms in de stad. Wegen waren er wel, maar als zij bij de rivier kwamen hield de weg op. Met kleine pontjes kon je op bepaalde plaatsen de rivieren oversteken. Aan de overkant van de rivier ging de weg weer verder. Op de route kaart volgen we met onze vinger de weg die de marskramer gaat. Hij begint linksboven in de stad aan de rivier.

(Uit de lesbrief onderwerp 1)

De Spoor zoek kaart is ook te downloaden hier

 © Joleijt educatieve producten